Citaat | Raad van State 18 mei 2016
Alinea 33 Raad van State 18 mei 2016
Een alinea uit Raad van State 18 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1310.
5.3. De rechtbank heeft in de stelling van [appellante] dat zij de overtreding niet opzettelijk heeft begaan terecht geen aanleiding gezien de overtreding niet bewezen te achten, nu de artikelen 40, eerste lid, en 84, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet geen opzet als bestanddeel bevatten. In beginsel mag dan bij bewezenverklaring van de gedraging waarvoor de boete is opgelegd van de verwijtbaarheid van de overtreding worden uitgegaan. In situaties waarin verwijtbaarheid volledig ontbreekt bestaat geen grond voor boeteoplegging. Die situatie doet zich in elk geval voor indien de overtreder aannemelijk heeft gemaakt dat hij al hetgeen redelijkerwijs mogelijk was heeft gedaan om de overtreding te voorkomen. Een verminderde mate van verwijtbaarheid kan aanleiding geven de opgelegde boete te matigen. In dit verband kan een rol spelen dat uit feiten en handelingen blijkt dat de overtreder de overtreding niet opzettelijk heeft begaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/58d994bd721223cc974aa9784f2e571c28629b3d7774b510e9737a90e0bacfba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 58d994bd721223cc974aa9784f2e571c28629b3d7774b510e9737a90e0bacfba, en de alinea staat in dat document op bytes 14844 tot 15800.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/58d994bd721223cc974aa9784f2e571c28629b3d7774b510e9737a90e0bacfba | shasum -a 256