Citaat | Raad van State 18 mei 2016
Alinea 31 Raad van State 18 mei 2016
Een alinea uit Raad van State 18 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1326.
4. Verder voert [appellant] aan dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het college zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat [appellant] niet in aanmerking komt voor toepassing van de hardheidsclausule. Daartoe voert hij aan dat de rechtbank er ten onrechte vanuit is gegaan dat hij door eigen toedoen dakloos is geworden. Volgens [appellant] is dat aan zijn moeder te wijten. Zoals [appellant] ter zitting heeft toegelicht was het belang van zijn moeder bij de woningruil bovendien zo groot dat hij als zoon snel heeft gehandeld zonder te beseffen welke gevolgen dat zou kunnen hebben. Voorts wijst [appellant] op de problemen die hij ondervindt bij het aanvragen van een briefadres. Het afwijzen van een urgentieverklaring levert dan ook een onbillijke situatie op, aldus [appellant].
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d3bb845093d894f26034a373a548ee2969f1202f04cc225c463bd01227df1609. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d3bb845093d894f26034a373a548ee2969f1202f04cc225c463bd01227df1609, en de alinea staat in dat document op bytes 9488 tot 10319.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d3bb845093d894f26034a373a548ee2969f1202f04cc225c463bd01227df1609 | shasum -a 256