Citaat | Raad van State 18 mei 2016
Alinea 36 Raad van State 18 mei 2016
Een alinea uit Raad van State 18 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1326.
5. Tot slot betoogt [appellant] dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat de invulling die hij in verband met zijn woonsituatie thans aan het recht op gezinsleven als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) kan geven, van dien aard is dat sprake is van zodanig bijzondere feiten of omstandigheden dat uit het recht op respect voor gezinsleven voor het college de positieve verplichting voortvloeit een urgentieverklaring te verlenen. Daartoe voert [appellant] aan dat een onredelijke en onbillijke situatie is ontstaan doordat de partner en stiefzoon apart verblijven en hij her en der slaapt. Volgens [appellant] is het voor het gezin noodzakelijk om in één woning verder te leven en voor het kind een stabiele plek te creëren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d3bb845093d894f26034a373a548ee2969f1202f04cc225c463bd01227df1609. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d3bb845093d894f26034a373a548ee2969f1202f04cc225c463bd01227df1609, en de alinea staat in dat document op bytes 12860 tot 13748.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d3bb845093d894f26034a373a548ee2969f1202f04cc225c463bd01227df1609 | shasum -a 256