Citaat | Raad van State 25 mei 2016

Alinea 80 Raad van State 25 mei 2016

Een alinea uit Raad van State 25 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1400.

6.6. In de notitie "Haarlem, Schalkstad - Reactie op contra-expertise BSP" van BRO van 11 december 2015 (hierna: de reactie van BRO) staat dat het ook om de kwalitatieve behoefte gaat, zodat het meer realiseren dan de berekende distributieve uitbreidingsruimte op zichzelf geen probleem hoeft te zijn. Voor de koopstromen is gebruik gemaakt van het Koopstromenonderzoek Randstad 2011, zoals BSP ook heeft gedaan. Ten tijde van het uitvoeren van de distributieplanologische onderzoeken in 2013 en 2015 was het Koopstromenonderzoek Oost-Nederland 2015 waar het BSP op wijst, nog niet beschikbaar. Hoewel BRO uitgaat van de gehele gemeente als primair verzorgingsgebied zijn de gebruikte cijfers wel geënt op winkelcentrum Schalkwijk. Voor de uitkomst van de berekening maakt het niet uit welk uitgangspunt wordt gehanteerd. BSP komt tot andere uitkomsten van de distributieve berekening omdat er andere aannames zijn bij bestedingen en een aanpassing van interneteffecten. Overigens blijkt uit de gegevens van BSP ook dat het verzorgingsgebied veel groter is dan het stadsdeel alleen. BSP onderschat voorts, door de bestedingscijfers voor het inkomensniveau van Schalkwijk te corrigeren, de omvang van de toevloeiing. BRO heeft voor de bestedingen als uitgangspunt het Nederlands gemiddelde gehanteerd, waarmee wordt gecorrigeerd voor het lagere bestedingsniveau in Schalkwijk en het hogere bestedingsniveau in de rest van Haarlem en omgeving. Volgens de reactie van BRO is het aannemelijk dat er een fout zit in de uitkomsten van het Koopstromenonderzoek Randstad 2011 wat betreft de dagelijkse sector, waardoor er mogelijk toch minder (dagelijkse) marktruimte is dan BRO heeft ingeschat. BRO gaat er voorts vanuit dat de omzetstijgingen en de effecten van internet elkaar uitmiddelen. BRO wijst erop dat BSP weliswaar tot andere uitkomsten komt bij de distributieve berekening, maar dat ook deze op aannames met de daarbij horende onzekerheden zijn gebaseerd. BRO heeft anders dan BSP stelt voldoende rekening gehouden met de leegstand. Deze is voor een deel buiten het winkelcentrum gelegen en qua omvang en ligging niet geschikt voor herinvulling door een supermarkt of een trekker. Een deel van de leegstand wordt in de herontwikkeling betrokken. De resterende leegstand is in mindering gebracht op de distributieve ruimte. Het mogelijke vertrek van de vestiging van V&D is niet in het distributieplanologisch onderzoek 2015 meegenomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0a0aa5f7c8ff10d22232142e1ecf1b5e4f041361c8712c3506c45bd98efa0944. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0a0aa5f7c8ff10d22232142e1ecf1b5e4f041361c8712c3506c45bd98efa0944, en de alinea staat in dat document op bytes 30158 tot 32615.