Citaat | Raad van State 25 mei 2016
Alinea 56 Raad van State 25 mei 2016
Een alinea uit Raad van State 25 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1425.
4.7. Uit het voorgaande volgt dat [wederpartij] en [persoon] de bevoegdheid om Wob-verzoeken in te dienen hebben gebruikt voor een ander doel dan waarvoor die bevoegdheid is gegeven, zodanig dat dit gebruik blijk geeft van kwade trouw. Derhalve hebben zij misbruik van een wettelijke bevoegdheid gemaakt. Dit geldt evenzeer voor het gebruik van de bevoegdheid om bij het college bezwaar te maken tegen het besluit van 31 juli 2014, nu dat bezwaar niet kan worden losgezien van het doel waarmee zij de Wob hebben gebruikt. De rechtbank heeft derhalve ten onrechte geoordeeld dat het college het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b65a894c21dfd955109eda35be3b4d450eb8b21b359fa156f235240e59520f03. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b65a894c21dfd955109eda35be3b4d450eb8b21b359fa156f235240e59520f03, en de alinea staat in dat document op bytes 22620 tot 23282.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b65a894c21dfd955109eda35be3b4d450eb8b21b359fa156f235240e59520f03 | shasum -a 256