Citaat | Raad van State 3 juni 2016

Alinea 57 Raad van State 3 juni 2016

Een alinea uit Raad van State 3 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1451.

Volgens artikel 5.1a, derde lid, van het Vb 2000 wordt een maatregel op grond van artikel 6, derde lid, van de Vw 2000 niet opgelegd of voortgezet indien sprake is van bijzondere individuele omstandigheden die vrijheidsontneming onevenredig bezwarend maken. Daarnaast streeft de staatssecretaris ernaar om de duur van de vrijheidsontnemende maatregel zo kort mogelijk te houden. Wanneer de asielaanvraag zich leent voor afdoening binnen de grensprocedure zal de duur van de maatregel in beginsel niet langer dan twee weken bedragen, gelet op artikel 3.109, eerste lid, van het Vb 2000, gelezen in samenhang met artikel 3.110, eerste lid, van het Vb 2000. Voorts maakt de staatssecretaris, zoals hiervoor al is overwogen, tijdens de grensprocedure een continue afweging of de betreffende aanvraag zich nog steeds leent voor afdoening in de grensprocedure.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2104e96e7908ddbadf771de7fb0bb17f40137962606ff33661160ea894cdf542. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2104e96e7908ddbadf771de7fb0bb17f40137962606ff33661160ea894cdf542, en de alinea staat in dat document op bytes 29617 tot 30484.