Citaat | Raad van State 1 juni 2016

Alinea 39 Raad van State 1 juni 2016

Een alinea uit Raad van State 1 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1481.

3.1. Het college betoogt dat de rechtbank [appellant sub 1] ten onrechte heeft ontvangen in haar beroep. Het college voert aan dat de rechtbank ten onrechte tot de conclusie is gekomen dat [appellant sub 1] na het faillissement van [kindercentrum] nog een processueel belang heeft bij een beoordeling van het besluit van 2 november 2012. Volgens het college heeft [appellant sub 1] als werknemer van [kindercentrum] ten onrechte als derde belanghebbende aan het geding bij de rechtbank deelgenomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d50d9192513cb8d0d6552a2355b5bc1a2cbe68500822ff3b9d17bea11ada27ce. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d50d9192513cb8d0d6552a2355b5bc1a2cbe68500822ff3b9d17bea11ada27ce, en de alinea staat in dat document op bytes 10078 tot 10589.