Citaat | Raad van State 1 juni 2016

Alinea 38 Raad van State 1 juni 2016

Een alinea uit Raad van State 1 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1482.

4. PerfectCall betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de minister niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken aan haar heeft overgelegd. PerfectCall voert daartoe, onder verwijzing naar arresten van de Hoge Raad van 25 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BA3832 en ECLI:NL:HR:2008:BB5868 en het arrest van 15 november 2013, ECLI:NL:HR:2013:1129 aan dat de minister in beginsel alle stukken die hem ter beschikking staan, hebben gestaan, of van enig belang kunnen zijn geweest voor de besluitvorming, aan haar en de rechter dient over te leggen. Of de minister deze stukken feitelijk heeft gebruikt is daarbij niet van belang. De vertegenwoordiger van de minister heeft zich tijdens de zitting bij de rechtbank uitgelaten over feiten die niet bij haar bekend waren. Door de stukken waaruit deze feiten volgen niet te overleggen, heeft de minister volgens PerfectCall haar belangen geschaad.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/124f7030570c7681071fd4e4f8f60e68345379fef31e338bab418400be3f340f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 124f7030570c7681071fd4e4f8f60e68345379fef31e338bab418400be3f340f, en de alinea staat in dat document op bytes 11953 tot 12863.