Citaat | Raad van State 1 juni 2016

Alinea 78 Raad van State 1 juni 2016

Een alinea uit Raad van State 1 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1501.

33. Uit het hiervoor onder 21 tot en met 32 overwogene, volgt dat de Awir, noch de totstandkomingsgeschiedenis, grond biedt voor het oordeel dat de in artikel 19, eerste en tweede lid, neergelegde beslistermijnen in zoverre fataal zijn dat de Belastingdienst/Toeslagen na het verstrijken van deze termijnen niet meer bevoegd is om een voorschot, overeenkomstig artikel 16, vijfde lid, te herzien of een toeslag, overeenkomstig artikel 19 definitief vast te stellen. Evenmin kan daaruit de conclusie worden getrokken dat de Belastingdienst/Toeslagen die bevoegdheid na het verstrijken van de beslistermijnen van artikel 19, eerste en tweede lid, slechts met in achtneming van de vereisten van artikel 21, eerste lid, mag uitoefenen. Dat artikel ziet op de herziening van een definitief vastgestelde toeslag en nergens uit blijkt dat de wetgever heeft bedoeld die vereisten ook van toepassing te laten zijn op situaties waarin de Belastingdienst/Toeslagen de beslistermijnen van artikel 19, eerste en tweede lid, heeft overschreden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d65fee378390df130e6964edcec3c7c1090f82762ddbe098991200a05137cf04. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d65fee378390df130e6964edcec3c7c1090f82762ddbe098991200a05137cf04, en de alinea staat in dat document op bytes 29110 tot 30153.