Citaat | Raad van State 1 juni 2016

Alinea 160 Raad van State 1 juni 2016

Een alinea uit Raad van State 1 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1503.

13.4. De Afdeling stelt vast dat artikel 9.1, eerste lid, onder a, van de Verordening 2014 met zich brengt dat een stedelijke ontwikkeling in gebieden met de aanduiding "integratie stad-land" gepaard moet gaan met een groene en blauwe landschapsontwikkeling. Dit plan voorziet, gelet op artikel 1.75 van de Verordening 2014, in een stedelijke ontwikkeling. Artikel 9.1 van de Verordening 2014 biedt de raad bij de vaststelling van het bestemmingsplan beoordelingsvrijheid bij de invulling van de vereiste landschapsontwikkeling. In dit geval heeft de raad er voor gekozen om 2,5 ha aan de noordwestzijde van het park te bestemmen voor natuur, waarbij blijkens de bij de planregels gevoegde bijlage 4 "Landschappelijke inpassing en kwaliteitsverbetering Patersven" de aanleg van een natuurgebied met poelen en nat en droog schraalgrasland is voorzien. Voor zover [appellante sub 2] heeft aangevoerd dat als gevolg van de aanleg van deze natuur de wateroverlast op haar gronden verder zal toenemen en zij wijst op slecht werkende stuwen en watergangen overweegt de Afdeling dat de werking van stuwen en watergangen niet in een bestemmingsplanprocedure ter beoordeling staat, nu dit als zodanig niet ruimtelijk relevant is. Wel ter beoordeling staat of het plan voldoet aan artikel 3.1.6, eerste lid, onder b, van het Bro waarin staat dat in de plantoelichting de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding moet worden beschreven. In de plantoelichting staat in deze zogenoemde watertoets dat het plan ten aanzien van water geen wijzigingen kent en de waterhuishouding in het gebied dan ook nauwelijks zal wijzigen. De Afdeling stelt echter vast dat het plan voorziet in meer verhard oppervlak, nu onder meer is voorzien in aanpassingen van de infrastructuur op het park vanwege de bereikbaarheid voor de brandweer en de voorziene toegangsweg richting de N263 zal worden verbreed. Dit zou gevolgen kunnen hebben voor de waterhuishouding in en rond het plangebied. [appellant sub 1] en [appellante sub 2] hebben terecht aangevoerd dat de beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding ondeugdelijk is. Het plan is in zoverre in strijd met artikel 3.1.6, eerste lid, onder b, van het Bro en artikel 3:46 van de Awb vastgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e0f92a2a13c94acb65e7bd91f8de680b49edf7b17312a049aa68cb9c9eba052e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e0f92a2a13c94acb65e7bd91f8de680b49edf7b17312a049aa68cb9c9eba052e, en de alinea staat in dat document op bytes 66450 tot 68789.