Citaat | Raad van State 1 juni 2016

Alinea 169 Raad van State 1 juni 2016

Een alinea uit Raad van State 1 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1503.

In het kader van een goede ruimtelijke ordening heeft de raad zich voorts in redelijkheid op het standpunt mogen stellen dat de geluidbelasting vanwege de weg niet zodanig is dat zich in de eerste vijf jaar na inwerkingtreding van het plan een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat zal voordoen. Voor zover [appellant sub 1] en [appellante sub 2] in dit verband betogen dat de raad ten onrechte is uitgegaan van onjuiste verkeersgegevens en de verkeersbelasting vanwege de maximale planologische mogelijkheden heeft onderschat stelt de Afdeling vast dat de raad zich voor de verkeersbelasting heeft gebaseerd op het akoestisch onderzoek Vliex en de daaraan ten grondslag liggende verkeersgegevens van de gemeente Zundert. Aan de hand van verkeersgegevens uit 2013, waarbij voor het hier aan de orde zijnde wegvak 843 motorvoertuigen per etmaal (mvt/etm) zijn geteld, is een prognose gemaakt voor 2024 die voor dit wegvak neerkomt op 993 mvt/etm. In het aanvullende akoestische onderzoek is voor de huidige situatie uitgegaan van 915 mvt/etm en bij benutting van de maximale mogelijkheden van het plan van 1083 mvt/etm. Dat in dit onderzoek van hogere verkeersintensiteiten wordt uitgegaan betekent echter niet dat de raad zich ten tijde van het bestreden besluit niet heeft mogen baseren op het akoestische onderzoek Vliex. Daarbij acht de Afdeling van belang dat de verschillen in verkeersintensiteit niet zodanig groot zijn dat de raad zich, gelet op de huidige en verwachte geluidbelasting, niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat sprake is en zal zijn van een relatief rustige weg. Evenmin hebben [appellant sub 1] en [appellante sub 2] aannemelijk gemaakt dat de raad zich niet op deze rapporten mag baseren omdat van een onvoldoende representatieve invulling van de maximale mogelijkheden van het plan is uitgegaan. Daarbij stelt de Afdeling vast dat voor de verwachte verkeersgeneratie onder meer is uitgegaan van 320 permanent bewoonde woningen door huishoudens en van 100 permanent bewoonde woningen door niet-huishoudens. Verder is uitgegaan van een bezettingspercentage van 75. [appellant sub 1] en [appellante sub 2] hebben niet aannemelijk gemaakt dat van meer permanente bewoning en een hogere bezettingsgraad had moeten worden uitgegaan. In het plan is immers vastgelegd dat 420 bouwpercelen zijn voorzien van de aanduiding "specifieke vorm van wonen - bewoning" en permanente bewoning betekent niet dat de woningen waar dit is toegestaan jaarrond bezet moeten zijn. Gelet op de aard van de toegestane permanente bewoning, waarbij ook bewoning door niet-huishoudens in verband met arbeidsmigranten is toegestaan acht de Afdeling het niet onredelijk dat van een bezettingspercentage van 75 is uitgegaan. Verder is van belang dat niet aannemelijk is dat de voorziene horecagelegenheid met terras, gelet op de beperkte omvang van maximaal 370 m² en 200 m² voor het terras tot veel extra verkeer en ernstige verkeershinder zal leiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e0f92a2a13c94acb65e7bd91f8de680b49edf7b17312a049aa68cb9c9eba052e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e0f92a2a13c94acb65e7bd91f8de680b49edf7b17312a049aa68cb9c9eba052e, en de alinea staat in dat document op bytes 76820 tot 79801.