Citaat | Raad van State 1 juni 2016

Alinea 33 Raad van State 1 juni 2016

Een alinea uit Raad van State 1 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1506.

2.2. Zoals volgt uit de uitspraak van de Afdeling van 3 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1764, is voor het ontstaan van de bevoegdheid om op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet bestuursdwang toe te passen, vereist dat een hoeveelheid drugs, bestemd voor verkoop, aflevering of verstrekking, in een woning of lokaal, dan wel in of op het daarbij behorende erf, aanwezig is. Daarbij is in beginsel aannemelijk dat de drugs voor verkoop, aflevering of verstrekking bestemd zijn, indien de aangetroffen drugs de maximale hoeveelheid voor eigen gebruik overschrijdt. Het ligt in dat geval op de weg van de rechthebbenden op het desbetreffende pand om het tegendeel aannemelijk te maken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3039a686ca382229652e17e84466b8f382f38c409dd70fe7221084dfbc9e8868. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3039a686ca382229652e17e84466b8f382f38c409dd70fe7221084dfbc9e8868, en de alinea staat in dat document op bytes 11140 tot 11844.