Citaat | Raad van State 1 juni 2016
Alinea 39 Raad van State 1 juni 2016
Een alinea uit Raad van State 1 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1506.
3.3. [appellant A] en [appellant B] achten het onredelijk dat de burgemeester in het beleid geen rekening houdt met de noodzaak voor coffeeshophouders om in verband met de exploitatie van coffeeshops extern voorraden softdrugs aan te houden, de zogenoemde achterdeurproblematiek. Dat de strafrechter de noodzaak daartoe in voormeld vonnis van 16 oktober 2014 en voormeld arrest van 2 juli 2014 heeft onderkend, laat onverlet dat het aanhouden van dergelijke voorraden illegaal is en dat de burgemeester ingevolge artikel 13b van de Opiumwet bevoegd is dergelijke illegale situaties te herstellen. Deze bestuursrechtelijke bevoegdheid tot herstel van een illegale situatie kan niet op één lijn worden gesteld met, en staat los van, de bevoegdheid van het openbaar ministerie om een verdachte strafrechtelijk te vervolgen, dan wel de bevoegdheid van de strafrechter om een verdachte, na een bewezenverklaring, al dan niet een straf op te leggen. De in het beleid vervatte regels over niet-gedoogde verkooppunten van drugs blijven binnen de grenzen van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet. Blijkens de aangevallen uitspraak heeft de burgemeester ter zitting bij de rechtbank te kennen gegeven dat hij in het beleid nadrukkelijk slechts de voorraad in de coffeeshop heeft willen regelen en dat hij de achterdeurproblematiek bewust en weloverwogen daarbuiten heeft gehouden. Daartoe heeft hij zich op het standpunt gesteld dat het aan de wetgever is die problematiek op te lossen en voorts dat coffeeshops in zoverre nu eenmaal niet op één lijn kunnen worden gesteld met ondernemingen in legale branches. Ter zitting van de Afdeling heeft de burgemeester zijn standpunt herhaald door te stellen dat hij in het beleid geen uitzondering heeft willen maken voor het geval de in een niet-gedoogd verkooppunt aangetroffen handelshoeveelheid softdrugs voor verkoop in een coffeeshop is bestemd. De Afdeling is met de rechtbank van oordeel dat de met het gedoogbeleid van coffeeshops samenhangende achterdeurproblematiek niet noodzakelijkerwijs met zich brengt dat de burgemeester in zijn beleid de bevoorrading van coffeeshops met softdrugs zou moeten gedogen. Gezien de door de burgemeester bij deze keuze gegeven toelichting heeft de rechtbank het beleid in zoverre terecht niet onredelijk geacht. Gelet hierop is het beleid op dit punt evenmin in strijd met de beginselen van rechtszekerheid, evenredigheid en zorgvuldigheid, dan wel met het willekeurverbod. Voorts is de Afdeling met de rechtbank van oordeel dat geen grond bestaat voor het oordeel dat sluiting voor de duur van zes maanden van een niet-gedoogd verkooppunt van drugs na een eerste constatering van handel in softdrugs in zijn algemeenheid onredelijk is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3039a686ca382229652e17e84466b8f382f38c409dd70fe7221084dfbc9e8868. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3039a686ca382229652e17e84466b8f382f38c409dd70fe7221084dfbc9e8868, en de alinea staat in dat document op bytes 15960 tot 18695.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3039a686ca382229652e17e84466b8f382f38c409dd70fe7221084dfbc9e8868 | shasum -a 256