Citaat | Raad van State 2 juni 2016

Alinea 64 Raad van State 2 juni 2016

Een alinea uit Raad van State 2 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1550.

7.4.3. In het besluit heeft de staatssecretaris zich op het standpunt gesteld dat de vreemdeling geen gemeenschappelijke huishouding met zijn vriendin en kinderen voert en geen bijzondere omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan de huishouding van zijn vriendin en kinderen niet zou kunnen worden voortgezet zonder zijn aanwezigheid. Dat hij regelmatig geld overmaakt naar zijn vriendin, maakt dit volgens de staatssecretaris niet anders. Daarbij heeft de staatssecretaris betrokken dat de kinderen sinds hun geboorte in 2009 en 2014 de Duitse nationaliteit hebben en samen met hun moeder vlak over de grens in Duitsland wonen. Voorts is volgens de staatssecretaris niet gebleken van een onmogelijkheid om desgewenst een gezamenlijk gezinsleven in een derde land uit te oefenen. Daartoe heeft de staatssecretaris erop gewezen dat familieleden van de vreemdeling zich in Egypte hebben gevestigd. Verder heeft de staatssecretaris in aanmerking genomen dat de vreemdeling, anders dan de vreemdeling in de zaak die ten grondslag ligt aan het arrest Udeh, verscheidene ernstige strafbare feiten heeft gepleegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/883d04acc2871cbfa5411b1b7d1e51c8f90fa248bb1817f21de28d1b9b7b54cc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 883d04acc2871cbfa5411b1b7d1e51c8f90fa248bb1817f21de28d1b9b7b54cc, en de alinea staat in dat document op bytes 28528 tot 29654.