Citaat | Raad van State 2 juni 2016
Alinea 65 Raad van State 2 juni 2016
Een alinea uit Raad van State 2 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1550.
7.4.4. De rechtbank heeft niet onderkend dat de staatssecretaris zich, gezien hetgeen onder 7.4.3 is weergegeven, niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de belangenafweging in het kader van artikel 8 van het EVRM in het nadeel van de vreemdeling uitvalt en aldus deugdelijk heeft gemotiveerd dat artikel 8 van het EVRM niet aan de uitvaardiging van het inreisverbod in de weg staat. Gelet op het voorgaande bestaat evenmin grond voor het oordeel dat de staatssecretaris zich, bezien in het licht van artikel 24 van het EU Handvest en artikel 5 van de Terugkeerrichtlijn, onvoldoende rekenschap heeft gegeven van het belang van de kinderen. Nu hetgeen hiervoor onder 7.1 en 7.2 is overwogen, de vernietiging van het besluit zelfstandig kan dragen, kan dit echter niet leiden tot vernietiging van de aangevallen uitspraak.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/883d04acc2871cbfa5411b1b7d1e51c8f90fa248bb1817f21de28d1b9b7b54cc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 883d04acc2871cbfa5411b1b7d1e51c8f90fa248bb1817f21de28d1b9b7b54cc, en de alinea staat in dat document op bytes 29674 tot 30521.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/883d04acc2871cbfa5411b1b7d1e51c8f90fa248bb1817f21de28d1b9b7b54cc | shasum -a 256