Citaat | Raad van State 27 januari 2016
Alinea 38 Raad van State 27 januari 2016
Een alinea uit Raad van State 27 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:157.
3. [gemachtigde] betoogt namens [appellante] dat de rechtbank ten onrechte de beroepen van [appellante] niet-ontvankelijk heeft verklaard. De rechtbank heeft haar niet in staat gesteld haar standpunt kenbaar te maken over het vermeende misbruik van recht, waardoor zij is geschaad in haar recht op verdediging. De rechtbank heeft verder ter motivering verwezen naar rechtszaken waarbij [appellante] geen partij was en hij niet als haar gemachtigde is opgetreden, aldus [gemachtigde] namens [appellante]. Ook waren de feiten en omstandigheden niet identiek aan haar zaken en verschilden die op relevante punten. Verder heeft de rechtbank gehandeld in strijd met artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) en artikel 47 van het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie door haar beroepen niet-ontvankelijk te verklaren, aldus [gemachtigde] namens [appellante]. Het recht op toegang tot de rechter wordt in de kern aangetast. De rechtbank is er voorts aan voorbij gegaan dat zij zich in beroep niet baseerde op feiten en omstandigheden waarvan zij de onjuistheid kende of behoorde te kennen of op stellingen waarvan zij van tevoren moest begrijpen dat die geen kans van slagen hadden, aldus [gemachtigde] namens [appellante]. Ook heeft de rechtbank ten onrechte overwogen dat de mate waarin en de wijze waarop [appellante] verzoeken om openbaarmaking heeft ingediend, ingebrekestellingen heeft gestuurd, beroep heeft ingesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit, bezwaar heeft gemaakt tegen besluiten van de minister, wederom ingebrekestellingen heeft gestuurd en beroep heeft ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op bezwaren, misbruik van recht oplevert. [appellante] heeft enkel gebruik gemaakt van de mogelijkheden die haar wettelijk toekomen. Het gebruik van rechtsmiddelen levert geen misbruik van recht op. Verder heeft de rechtbank in haar oordeel ten onrechte de afspraken betrokken die zij hebben gemaakt over de vergoeding van de kosten van rechtsbijstand, aldus [gemachtigde] namens [appellante]. De rechtbank heeft ook ten onrechte in haar oordeel de omstandigheid dat [gemachtigde] in bezwaar een onjuist postbusnummer heeft vermeld en verscheidene keren geen kenmerk heeft vermeld, betrokken. Zij heeft ook niet duidelijk gemaakt wanneer dat in dit geval zou zijn gebeurd. [gemachtigde] heeft in dit geval het algemene faxnummer en correspondentieadres gebruikt dat op de website van de CVOM is vermeld. Daarnaast heeft de rechtbank ten onrechte [appellante] en haar gemachtigde [gemachtigde] vereenzelvigd en aan haar de handelwijze en houding toegerekend die hij had in andere zaken waarmee zij niets van doen had. [gemachtigde] voert namens [appellante] aan dat de rechtbank verregaande betekenis heeft toegekend aan onder meer de omstandigheid dat hij voor meer dan 100 cliënten in honderden dossiers verzoeken om openbaarmaking, ingebrekestellingen en verzoeken om vaststelling van de verbeurde dwangsom heeft verzonden. Ook heeft de rechtbank ten onrechte betekenis toegekend aan de omstandigheid dat [gemachtigde] voor dezelfde verkeersboete soms tot wel 30 verzoeken om openbaarmaking zou hebben ingediend. Verder betoogt [gemachtigde] namens [appellante] dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de hoeveelheid verzoeken van [gemachtigde] en [appellante] uitsluitend diende om de voortgang van de afdoening door de minister te frustreren om zodoende dwangsommen te incasseren en dat misbruik van recht oplevert. [appellante] heeft slechts enkele verzoeken om openbaarmaking ingediend, hoefde geen belang te stellen bij die verzoeken en heeft slechts gebruik gemaakt van de rechtsmiddelen die haar toekwamen. Verder heeft de rechtbank haar oordeel gesteld in de plaats van dat van de wetgever door te overwegen dat het niet diens bedoeling kan zijn geweest de handelwijze van [appellante] te belonen met grote hoeveelheden dwangsommen uit de publieke kas. Dat is haar oordeel, maar het is niet aan haar dat te geven, aldus [gemachtigde] namens [appellante]. Ook heeft de rechtbank ten onrechte de vraag opgeworpen of in beroep wel in belang van [appellante] wordt geprocedeerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b9d16bba3090cfd23387630984e9ee53263389120ccc7f5d6ff3b482ce2e9c48. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b9d16bba3090cfd23387630984e9ee53263389120ccc7f5d6ff3b482ce2e9c48, en de alinea staat in dat document op bytes 14159 tot 18373.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b9d16bba3090cfd23387630984e9ee53263389120ccc7f5d6ff3b482ce2e9c48 | shasum -a 256