Citaat | Raad van State 8 juni 2016

Alinea 40 Raad van State 8 juni 2016

Een alinea uit Raad van State 8 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1585.

3. De korpschef betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het beroep van [wederpartijen] niet-ontvankelijk is. De korpschef voert aan dat de door [gemachtigde] overgelegde machtigingen onvoldoende specifiek zijn, omdat daaruit niet blijkt op welke concrete procedures zij zien. De korpschef voert in het hoger-beroepschrift, met verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 19 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4129, aan dat algemeen bekend is dat deze gemachtigde bij het aanwenden van zijn vertegenwoordigingsbevoegdheid ter zake van informatieverzoeken te kwader trouw handelt. De korpschef heeft ter zitting toegelicht dat, zoals hij ook bij de rechtbank heeft gedaan, deze gemachtigde een groot aantal Wob-verzoeken bij de korpschef heeft ingediend, dat deze procedure geen redelijk doel dient en alleen wordt gevoerd om een proceskostenvergoeding te krijgen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c54c2239e55aae9a496fee2afa8702e63c697120a0238752b751470c55c7cf96. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c54c2239e55aae9a496fee2afa8702e63c697120a0238752b751470c55c7cf96, en de alinea staat in dat document op bytes 9349 tot 10229.