Citaat | Raad van State 27 januari 2016

Alinea 103 Raad van State 27 januari 2016

Een alinea uit Raad van State 27 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:159.

Voor de onderhavige zaken is van belang dat het civiele recht een onderscheid maakt tussen verjarings- en vervaltermijnen. Het meest kenmerkende verschil tussen verjaring en verval is, dat door verjaring slechts de rechtsvordering en niet ook de betrokken verbintenis teniet gaat (de betrokken verbintenis blijft dan als natuurlijke verbintenis voortbestaan), terwijl verval het betrokken recht (de betrokken bevoegdheid) zelf treft. Men spreekt in dit verband wel van een "zwakke" respectievelijk "sterke" werking van de termijn. Dit verschil in werking wordt in het bijzonder zichtbaar, indien na ommekomst van de betrokken termijn wordt betaald door degene die zichzelf nog als schuldenaar beschouwt. Anders dan na ommekomst van een vervaltermijn, is die betaling na ommekomst van een verjaringstermijn niet onverschuldigd gedaan. Overigens geldt dat verjaring van de rechtsvordering de bevoegdheid tot verrekening onverlet laat (artikel 6:131, eerste lid, van het BW), alhoewel als hoofdregel geldt dat de vordering van de verrekenende partij afdwingbaar moet zijn (artikel 6:127, tweede lid, van het BW).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ba1380742082f667a98a34a72dd8f873153d05d3516d87d991f30b0200479b72. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ba1380742082f667a98a34a72dd8f873153d05d3516d87d991f30b0200479b72, en de alinea staat in dat document op bytes 82646 tot 83768.