Citaat | Raad van State 27 januari 2016
Alinea 104 Raad van State 27 januari 2016
Een alinea uit Raad van State 27 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:159.
Tussen verjarings- en vervaltermijnen bestaan nog andere verschillen. Zo moet de schuldenaar zich op verjaring beroepen voordat de rechtsvordering teniet gaat, terwijl na ommekomst van een vervaltermijn het recht (de bevoegdheid) veelal van rechtswege vervalt. Daarmee is niet zonder meer gezegd dat vervaltermijnen ook steeds ambtshalve door de burgerlijke rechter moeten worden toegepast. Dat laatste is slechts het geval als de wetgever het in het belang van de openbare orde heeft geacht dat het betrokken recht binnen een bepaalde termijn wordt uitgeoefend (zoals het geval is met betrekking tot beroepstermijnen in het burgerlijk procesrecht en bepaalde rechten in de sfeer van het personen- en familierecht). Voor ambtshalve toepassing is echter geen plaats, als de betrokken termijn louter strekt tot bescherming van het belang van één van de partijen bij de betrokken rechtsverhouding.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ba1380742082f667a98a34a72dd8f873153d05d3516d87d991f30b0200479b72. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ba1380742082f667a98a34a72dd8f873153d05d3516d87d991f30b0200479b72, en de alinea staat in dat document op bytes 83774 tot 84683.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ba1380742082f667a98a34a72dd8f873153d05d3516d87d991f30b0200479b72 | shasum -a 256