Citaat | Raad van State 27 januari 2016

Alinea 110 Raad van State 27 januari 2016

Een alinea uit Raad van State 27 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:159.

Voor de verjaring van een rechtsvordering tot nakoming bepaalt artikel 3:307 van het BW een termijn van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de vordering opeisbaar is geworden. Een termijn van vijf jaren geldt ook voor rechtsvorderingen tot betaling van renten van geldsommen, lijfrenten, dividenden, huren, pachten en voorts alles wat bij het jaar of een kortere termijn moet worden betaald (artikel 3:308 van het BW). Een gelijke termijn geldt eveneens voor rechtsvorderingen uit onverschuldigde betaling (artikel 3:309 van het BW), rechtsvorderingen tot vergoeding van schade (artikel 3:310 van het BW) en de rechtsvordering tot ontbinding van een overeenkomst (artikel 3:311 van het BW).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ba1380742082f667a98a34a72dd8f873153d05d3516d87d991f30b0200479b72. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ba1380742082f667a98a34a72dd8f873153d05d3516d87d991f30b0200479b72, en de alinea staat in dat document op bytes 89054 tot 89781.