Citaat | Raad van State 27 januari 2016
Alinea 115 Raad van State 27 januari 2016
Een alinea uit Raad van State 27 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:159.
Als rationes voor de verjaring worden in rechtspraak en literatuur vooral de belangen van de schuldenaar en het algemeen belang genoemd. Uitgangspunt is dat de schuldenaar door het tijdsverloop in toenemende mate erop zal vertrouwen dat jegens hem geen vordering wordt ingesteld en dat zijn vermogenspositie overeenstemt met de gedurende lange tijd bestaande toestand waarin de schuldeiser geen vordering heeft ingesteld. Ook verzwakking van de bewijspositie van de schuldenaar speelt een rol. De verjaring maakt het onnodig bewijzen van kwijting eindeloos te bewaren. De gedachte daarbij is dat de vermeende schuldenaar moet worden beschermd tegen aanspraken waarvan de gegrondheid niet vaststaat. Meer in het algemeen geldt dat het in het belang van de schuldenaar is dat hij erop kan vertrouwen dat zijn aansprakelijkheid in de tijd wordt begrensd, in het bijzonder voor verplichtingen die hij (nog) niet kent. Als overwegingen van algemeen belang worden genoemd het belang van algemene rechtszekerheid, het bewaren van de vrede, het feit dat aan rechtsgedingen eens een einde moet komen, het ontlasten van de rechterlijke macht en het voortgaan van de economie. Aan het verjaringsregime ligt ten slotte niet de wens ten grondslag de crediteur te straffen voor zijn nalatigheid. (zie noot 47) 5.5 Voorbeelden van vervaltermijnen
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ba1380742082f667a98a34a72dd8f873153d05d3516d87d991f30b0200479b72. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ba1380742082f667a98a34a72dd8f873153d05d3516d87d991f30b0200479b72, en de alinea staat in dat document op bytes 92043 tot 93387.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ba1380742082f667a98a34a72dd8f873153d05d3516d87d991f30b0200479b72 | shasum -a 256