Citaat | Raad van State 27 januari 2016
Alinea 118 Raad van State 27 januari 2016
Een alinea uit Raad van State 27 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:159.
In de Awb is de regeling van de beslistermijnen met betrekking tot het nemen van beschikkingen vastgelegd in artikel 4:13. Het eerste lid van dit artikel bepaalt dat, voor zover er geen bijzondere wettelijke bepalingen zijn die een beslistermijn voorschrijven, beschikkingen binnen een "redelijke termijn" na ontvangst van de aanvraag dienen te worden gegeven. Die "redelijke termijn" wordt, op grond van het tweede lid, geacht te zijn verstreken wanneer het bestuursorgaan niet binnen acht weken na de datum van de aanvraag de beschikking heeft gegeven, en evenmin, onder het noemen van een zo kort mogelijke termijn waarop de beschikking wél tegemoet kan worden gezien, heeft medegedeeld niet binnen acht weken te kunnen beslissen (artikel 4:13, tweede lid, jo artikel 4:14, derde lid). Eenzelfde regeling geldt wanneer het niet mogelijk is de beschikking te geven binnen de termijn die daarvoor in de bijzondere wet is gesteld. Ook dan deelt het bestuursorgaan dit aan de aanvrager mee onder vermelding van de termijn waarbinnen de beschikking wel kan worden tegemoetgezien (artikel 4:14, eerste lid). De te noemen nadere termijn moet in beide gevallen redelijk zijn en concreet. Hij mag voorts niet afhankelijk worden gesteld van een andere gebeurtenis en mag in beginsel niet (nogmaals) worden verlengd. (zie noot 48) De termijn kan worden opgeschort op grond van artikel 4:15 van de Awb in het geval het bestuursorgaan heeft gevraagd om aanvulling van de aanvraag of aanvullende informatie. Met het oog op het inwerking treden van de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen zijn de gronden voor opschorting uitgebreid. (zie noot 49) Het tweede lid van artikel 4:15 van de Awb kent opschorting van rechtswege in het geval dat de aanvrager schriftelijk heeft ingestemd met uitstel of dat het aan de aanvrager valt te verwijten dat de termijn dreigt te worden overschreden. Ten slotte bestaat de mogelijkheid voor het bestuursorgaan zich op overmacht te beroepen. Dat geldt evenwel niet in het geval dat van administratieve of organisatorische problemen sprake is en evenmin wanneer het ene bestuursorgaan het andere niet of niet tijdig heeft geïnformeerd. (zie noot 50) De regeling van de beslistermijnen in de Awb is van oudsher mede gebaseerd op het belang van de burger binnen een redelijke termijn te weten waaraan hij toe is. Zo wordt in de oorspronkelijke memorie van toelichting opgemerkt: "Om met beide belangen rekening te houden - enerzijds het belang van flexibiliteit van het bestuur, anderzijds het belang van rechtszekerheid van de bestuurde - wordt het volgende systeem geïntroduceerd voor gevallen waarin een specifieke wettelijke termijn ontbreekt. De beschikking moet in principe binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag worden gegeven. (…) Het resultaat van dit stelsel voor de gevallen waarin een specifieke termijn ontbreekt is, dat de burger steeds na acht weken weet waar hij aan toe is." (zie noot 51) Als rechtsgevolg bij overschrijden van een beslistermijn geldt dat het bestuursorgaan een dwangsom verbeurt (artikel 4:17 van de Awb). Voorts kan het bestuursorgaan tot schadevergoeding uit onrechtmatige daad zijn gehouden. (zie noot 52) Voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep wordt het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld (artikel 6:2 van de Awb). De aanvrager kan daartegen bij wege van bezwaar en beroep opkomen, zij het eerst na het bestuursorgaan schriftelijk in gebreke te hebben gesteld (artikel 6.12, tweede lid, van de Awb). Het niet tijdig nemen van een besluit ontslaat het bestuursorgaan overigens niet van zijn verplichting alsnog te beslissen, tenzij het bestuursorgaan door ommekomst van de beslistermijn zijn bevoegdheid daartoe heeft verloren. Dat geval doet zich voor als de lex silencio positivo van toepassing is. In gevallen waarin de wet dit bepaalt, is, als niet tijdig op de aanvraag tot het geven van een beschikking is beslist, de gevraagde beschikking van rechtswege gegeven (artikel 4:20a e.v. van de Awb). In zulke gevallen is de regeling van de dwangsom bij niet tijdig beslissen niet van toepassing (artikel 4:20a, tweede lid, van de Awb). 6.2 De subsidietitel van de Awb
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ba1380742082f667a98a34a72dd8f873153d05d3516d87d991f30b0200479b72. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ba1380742082f667a98a34a72dd8f873153d05d3516d87d991f30b0200479b72, en de alinea staat in dat document op bytes 97116 tot 101352.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ba1380742082f667a98a34a72dd8f873153d05d3516d87d991f30b0200479b72 | shasum -a 256