Citaat | Raad van State 27 januari 2016

Alinea 119 Raad van State 27 januari 2016

Een alinea uit Raad van State 27 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:159.

Specifiek met betrekking tot subsidies is aan de Awb titel 4.2 ("Subsidies") toegevoegd. Weliswaar is deze titel niet van toepassing op hoofdstuk 2 van de Awir (zie artikel 12, eerste lid, van de Awir), maar hij bevat voor de aan de orde zijnde vragen niettemin een aantal interessante bepalingen. De belangrijkste rechtsmomenten in het proces van subsidiëring zijn de verlening, de vaststelling en de betaling van de subsidie. Normaliter gaat, in het geval dat een aanvraag is ingediend voor de afloop van de activiteit of het tijdvak waarvoor subsidie is gevraagd, aan de subsidievaststelling een subsidieverlening vooraf (artikel 4:29 van de Awb). De subsidieverlening geeft de subsidieontvanger een voorwaardelijke aanspraak op financiële middelen en is in zoverre vergelijkbaar met een voorschotbeschikking ingevolge de Awir. De subsidieverlening wordt gevolgd door de subsidievaststelling, die tot op zekere hoogte vergelijkbaar is met de toekenning van de tegemoetkoming volgens de Awir en die een onvoorwaardelijke en definitieve aanspraak op het bij die vaststelling bepaalde bedrag vestigt (artikel 4:42 van de Awb). De Awb veronderstelt een tot subsidievaststelling strekkende aanvraag; de termijn waarbinnen zodanige aanvraag moet worden ingediend, wordt bepaald in de betrokken wet, of, indien bij wettelijk voorschrift geen termijn is bepaald, door het bestuursorgaan bij de subsidieverlening (artikel 4:44 van de Awb). Aan een niet tijdig beslissen op een dergelijke aanvraag kan volgens jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak niet het vertrouwen worden ontleend dat de subsidie overeenkomstig de subsidieverlening zal worden vastgesteld; zolang de subsidie niet is vastgesteld heeft de subsidieaanvrager ermee rekening te houden dat de subsidie lager kan worden vastgesteld. (zie noot 53) Zolang de subsidie niet is vastgesteld, kan het bestuursorgaan de subsidieverlening onder bepaalde voorwaarden ex tunc of ex nunc intrekken of ten nadele van de subsidie-ontvanger wijzigen (artikel 4:48 respectievelijk artikel 4:50 van de Awb). Artikel 4:50 (intrekking of wijziging van lopende subsidieverlening "ex nunc") spreekt van "een redelijk termijn", maar daarmee is niet bedoeld binnen welke termijn het bestuursorgaan dient te acteren, maar op welke, aan de subsidie-ontvanger aan te zeggen termijn de intrekking of de wijziging wordt geëffectueerd. De subsidievaststelling zelf kan eveneens onder bepaalde voorwaarden worden ingetrokken of ten nadele van de subsidie-ontvanger worden gewijzigd, zij het totdat vijf jaren zijn verstreken na de bekendmaking van de subsidievaststelling, dan wel sedert de na de subsidievaststelling gelegen dag waarop de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan verplichtingen die aan de subsidie waren verbonden (artikel 4:49 van de Awb). Volgens artikel 4:56 van de Awb kan het bestuursorgaan, in het zicht van een intrekking of wijziging zoals bedoeld in artikel 4:48 of 4:49 van de Awb, de verplichting tot betaling van een subsidiebedrag of een voorschot opschorten. Artikel 4:57 van de Awb bepaalt dat het bestuursorgaan onverschuldigd betaalde subsidiebedragen kan terugvorderen. Deze terugvordering is, op grond van het vierde lid van dat artikel, eveneens beperkt tot een termijn van vijf jaren vanaf de dag dat de subsidie is vastgesteld dan wel de dag dat is vastgesteld dat de aanvrager niet heeft voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie waren verbonden. Tot slot wijs ik op artikel 4:41 van de Awb, dat voor bepaalde gevallen voorziet in een door de subsidie-ontvanger verschuldigde vergoeding voor met de subsidie gerealiseerde vermogensvorming. Volgens het derde lid van dat artikel wordt de vergoeding vastgesteld binnen een jaar nadat het bestuursorgaan op de hoogte is gekomen of kon zijn van de gebeurtenis die het recht op vergoeding deed ontstaan, doch in ieder geval binnen vijf jaren na de bekendmaking van de laatste beschikking tot subsidievaststelling. 6.3 Bestuursrechtelijke geldschulden

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ba1380742082f667a98a34a72dd8f873153d05d3516d87d991f30b0200479b72. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ba1380742082f667a98a34a72dd8f873153d05d3516d87d991f30b0200479b72, en de alinea staat in dat document op bytes 101358 tot 105360.