Citaat | Raad van State 27 januari 2016

Alinea 128 Raad van State 27 januari 2016

Een alinea uit Raad van State 27 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:159.

Zoals hiervóór (onder 7.6) besproken, ligt het niet voor de hand dat overschrijding van een (uiterste) redelijke termijn in de zin van artikel 19, vierde lid, van de Awir, aan de bepaling van welke uiterste termijn een analogie met artikel 11, derde lid, van de Awr kan bijdragen, tot andere rechtsgevolgen leidt dan een overschrijding van de termijnen van artikel 19, eerste en tweede lid, van de Awir. Men zou een naar analogie van artikel 11, derde lid, van de Awr te aanvaarden termijn van drie jaren echter ook geheel los kunnen zien van de termijnen van artikel 19 van de Awir en, bij overschrijding daarvan, rechtstreeks en anders dan over de band van de redelijke termijn van artikel 19, vierde lid, van de Awir, een schending van het rechtszekerheidsbeginsel kunnen aannemen in het geval dat een voorschot ten nadele van de aanvrager wordt herzien of de tegemoetkoming tot een lager bedrag dan dat van het verleende voorschot wordt toegekend. Het al dan niet redelijk zijn van de beslistermijn doet in die benadering niet ter zake. Waar het in die benadering op aankomt is, dat door het enkele tijdsverloop (tussen de laatste dag van het berekeningsjaar en de herziening van een voorschot ten nadele van de aanvrager of de toekenning van de tegemoetkoming tot een lager bedrag dan het verleende voorschot) die herziening of toekenning uit oogpunt van rechtszekerheid niet kan worden aanvaard. Daarmee zou wel een bijzonder zware wissel worden getrokken op de analogie met artikel 11, derde lid, van de Awr. Mede gelet op de verwantschap tussen de Awr en de Awir is het weinig aannemelijk dat de wetgever van de Awir, die (in artikel 19) wél in (niet fatale) beslistermijnen voor de toekenning van de tegemoetkoming heeft voorzien, een (min of meer fatale) termijn als hiervoor bedoeld, los van de in artikel 19 vervatte beslistermijnen, zou hebben gewenst, maar in de Awir ongeregeld zou hebben gelaten. Dit klemt temeer waar de wetgever weer wél (kennelijk geïnspireerd door artikel 16 van de Awr) in een (fatale) termijn voor de herziening van de tegemoetkoming ten nadele van de aanvrager heeft voorzien. Daarbij komt, naar hiervóór (onder 3.2) reeds aan de orde was, dat de wetgever uitdrukkelijk begrip heeft getoond voor het feit dat niet steeds binnen de ("relatief krap(pe)" (zie noot 60)) termijnen van de Awir kan worden beslist en met (verdere) sanctionering van overschrijding van die termijnen zeer terughoudend is geweest. Nadat de regering aanvankelijk had voorgesteld de toekenning van de tegemoetkoming buiten het regime van de dwangsom bij niet tijdig beslissen te laten, is voor die toekenning uiteindelijk (in artikel 12, tweede lid, van de Awir) in een aanzienlijk mildere dwangsomregeling dan die van (artikel 4:17 van) de Awb voorzien. Ook in verband met de hier gevolgde benadering van een eventueel rechtstreeks uit de analogie met artikel 11 van de Awr voortvloeiende strijd met het rechtszekerheidsbeginsel past de kanttekening dat ruimte zou moeten worden gelaten voor een herziening van het verleende voorschot ten nadele van de aanvrager of een toekenning van de tegemoetkoming tot een lager bedrag dan het voorschot vanwege feiten en omstandigheden die tot een herziening van een tijdig toegekende tegemoetkoming op grond van artikel 20 of artikel 21 van de Awir aanleiding zouden hebben gegeven. Ten slotte rijst ook hier de vraag of het rechtszekerheidsbeginsel in de opzet van de Awir zo zwaar moet wegen dat het een passende en noodzakelijke voorziening is de Belastingdienst/Toeslagen na ommekomst van drie jaren te dwingen zich in beginsel naar het bedrag van het verleende voorschot te richten. 7.8 Bewaarplicht van de aanvrager?

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ba1380742082f667a98a34a72dd8f873153d05d3516d87d991f30b0200479b72. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ba1380742082f667a98a34a72dd8f873153d05d3516d87d991f30b0200479b72, en de alinea staat in dat document op bytes 145865 tot 149561.