Citaat | Raad van State 27 januari 2016
Alinea 17 Raad van State 27 januari 2016
Een alinea uit Raad van State 27 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:159.
Ik begrijp de bestreden uitspraak aldus, dat de rechtbank daarin niet reeds beslissend heeft geoordeeld dat de Belastingdienst/Toeslagen de definitieve toeslag niet binnen de termijn van (in casu) artikel 19, eerste lid, van de Awir heeft vastgesteld. De rechtbank achtte kennelijk mede van belang dat niet was gebleken van bijzondere omstandigheden die een definitieve toekenning binnen de wettelijke termijn (van artikel 19, eerste lid) onmogelijk hebben gemaakt. Aan artikel 21 van de Awir heeft de rechtbank ontleend dat een redelijke termijn als bedoeld in artikel 19, vierde lid, van de Awir (in elk geval?) na ommekomst van vijf jaren na de laatste dag van het berekeningsjaar is verstreken. Overschrijding van die termijn impliceert volgens de rechtbank schending van het rechtszekerheidsbeginsel. Niet geheel duidelijk is, of en in hoeverre het oordeel van de rechtbank dat het de Belastingdienst/Toeslagen onder de gegeven omstandigheden niet langer vrijstond de definitieve toeslag in 2014 op nihil te stellen, wordt gedragen door de bewijsnood waarop [appellant A] zich heeft beroepen en die volgens de rechtbank mede een gevolg was van de schending van het rechtszekerheidsbeginsel. 3. [appellant B]
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ba1380742082f667a98a34a72dd8f873153d05d3516d87d991f30b0200479b72. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ba1380742082f667a98a34a72dd8f873153d05d3516d87d991f30b0200479b72, en de alinea staat in dat document op bytes 14751 tot 15976.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ba1380742082f667a98a34a72dd8f873153d05d3516d87d991f30b0200479b72 | shasum -a 256