Citaat | Raad van State 27 januari 2016

Alinea 37 Raad van State 27 januari 2016

Een alinea uit Raad van State 27 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:159.

Achter de verstrekking van toeslagen gaat een zeer omvangrijke besluitvorming van de Belastingdienst/Toeslagen schuil. Uit een oogpunt van rechtszekerheid en gelet op het doel en de strekking van de artikelen 16 tot en met 21a van de Awir, moet de aanvrager echter binnen een bepaald tijdvak duidelijkheid worden geboden over zijn of haar aanspraak op een toeslag. Zoals hiervoor uiteengezet, ontbreekt in de Awir een wettelijke bepaling die regelt dat de bevoegdheid om een voorschot te herzien in het nadeel van de aanvrager dan wel vast te stellen op een lager bedrag dan het verstrekte voorschot na ommekomst van een bepaalde termijn vervalt. In de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr) is een dergelijke bepaling opgenomen. Artikel 11, derde lid, van de Awr luidt dat "de bevoegdheid tot het vaststellen van de aanslag vervalt door verloop van drie jaren na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan. Indien voor het doen van aangifte uitstel is verleend, wordt deze termijn met de duur van dit uitstel verlengd." Uit de artikelsgewijze toelichting bij artikel 11, derde lid, van de Awr blijkt dat hieraan de wens van de wetgever ten grondslag ligt om belastingplichtigen een waarborg te bieden dat zij binnen redelijke termijn hun belastingafrekening ontvangen. Deze gedachte is ook terug te vinden in artikel 19, vierde lid, van de Awir, omdat daaruit naar voren komt dat ingeval de toepasselijke beslistermijn niet wordt gehaald, de Belastingdienst/Toeslagen gehouden is om binnen een redelijke termijn de toeslag alsnog definitief vast te stellen. Bij het nemen van een conclusie over de vraag of in de gevallen als de onderhavige een uiterste, bindende termijn geldt waarbinnen de Belastingdienst/Toeslagen een voorschot moet herzien dan wel de toeslag definitief moet vaststellen, wordt u verzocht om aandacht te besteden aan dergelijke bindende termijnen binnen het belastingrecht en de gevolgen van het niet naleven van deze termijnen voor de Belastingdienst. Daarnaast wordt u verzocht aandacht te besteden aan de verjaringstermijnen en overige vergelijkbare bindende termijnen binnen het algemeen bestuursrecht en het civiele recht. Bijvoorbeeld door een vergelijking te maken tussen de bepalingen in het civiele recht, het belastingrecht en het algemeen bestuursrecht met de situatie van de herziening van een voorschot en de definitieve vaststelling van een toeslag. Artikel 19 van de Awir

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ba1380742082f667a98a34a72dd8f873153d05d3516d87d991f30b0200479b72. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ba1380742082f667a98a34a72dd8f873153d05d3516d87d991f30b0200479b72, en de alinea staat in dat document op bytes 34619 tot 37052.