Citaat | Raad van State 27 januari 2016
Alinea 55 Raad van State 27 januari 2016
Een alinea uit Raad van State 27 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:159.
De wetgever heeft de termijnen van artikel 19, eerste en tweede lid, blijkens de regeling van het vierde lid evident niet als uiterste termijnen bedoeld. Blijkens de regeling van het vierde lid heeft de wetgever geaccepteerd dat de tegemoetkoming niet steeds binnen de termijnen van het eerste lid en het tweede lid kan worden toegekend en dat in een dergelijk geval de tegemoetkoming eerst na ommekomst van die termijnen zal worden toegekend, zij het dat de Belastingdienst/Toeslagen de belanghebbende hiervan in kennis moet stellen "onder het noemen van een redelijke termijn waarbinnen toekenning zal plaatsvinden". Wat als een redelijke termijn heeft te gelden, wordt in artikel 19, vierde lid, van de Awir niet nader ingevuld. Kennelijk wordt die invulling overgelaten aan de Belastingdienst/Toeslagen en kan die termijn, al naar gelang van de omstandigheden van het geval, verschillen (het vierde lid spreekt van "een redelijke termijn", wat impliceert dat de duur daarvan kan uiteenlopen). Evenmin wordt in artikel 19, vierde lid, geregeld of de Belastingdienst/Toeslagen de eenmaal genoemde termijn kan verlengen en of en zo ja, welke rechtsgevolgen aan een overschrijding van de door de Belastingdienst/Toeslagen genoemde (althans van een redelijk te achten) termijn zijn verbonden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ba1380742082f667a98a34a72dd8f873153d05d3516d87d991f30b0200479b72. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ba1380742082f667a98a34a72dd8f873153d05d3516d87d991f30b0200479b72, en de alinea staat in dat document op bytes 48624 tot 49928.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ba1380742082f667a98a34a72dd8f873153d05d3516d87d991f30b0200479b72 | shasum -a 256