Citaat | Raad van State 27 januari 2016

Alinea 59 Raad van State 27 januari 2016

Een alinea uit Raad van State 27 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:159.

Bij wet van 15 december 2011 is de termijn van artikel 19, eerste lid, van de Awir opnieuw gewijzigd, en wel met ingang van 1 januari 2013. (zie noot 21) Het oorspronkelijke wetsvoorstel voorzag erin dat op de toekenning van de tegemoetkoming paragraaf 4.1.3.2 van de Algemene wet bestuursrecht ("Dwangsom bij niet tijdig beslissen") niet van toepassing zou zijn. De regering beargumenteerde deze uitzondering onder meer door erop te wijzen dat het uitvoeringsproces bij de Belastingdienst/Toeslagen maar liefst vijf aangrijpingsmomenten kent waarop de dwangsomregeling van toepassing zou kunnen zijn: de verwerking van eerste aanvragen, de verwerking van doorgegeven wijzigingen, de verwerking van ingediende bezwaren, de voortzetting van eerder verleende voorschotten en de definitieve toekenning. Voorts meende de regering dat het definitief toekennen in vergelijking met andere beslismomenten "een hoog formeel gehalte" zou hebben en dat de burger nauwelijks een materieel belang bij een snelle toekenningsbeslissing zou hebben: de burger heeft in bijna alle gevallen immers al gekregen waarom hij heeft gevraagd, te weten de uitbetaling van de toeslag, zij het in de vorm van een voorschot. Een eventuele terugvordering (of nabetaling) zou volgens de regering slechts kleine bedragen betreffen. (zie noot 22) Overigens werd van regeringszijde aangetekend dat de in de Awir vervatte beslistermijnen voor de toekenning "relatief krap" waren: "De huidige wettelijke beslistermijn is relatief krap gegeven de functie van het definitief toekennen. Het is een tijdrovend proces: niet alleen vanwege de enorme omvang van het aantal beschikkingen, maar ook vanwege de tijd die gemoeid is met de afronding van het toezicht en het verkrijgen van contra-informatie van derden. Ook is de Belastingdienst/Toeslagen afhankelijk van het tijdig beschikbaar komen van de voor het definitief toekennen benodigde inkomensgegevens uit de Basisregistratie Inkomen." Op aandringen van de Tweede Kamer werd echter besloten de toekenning van tegemoetkomingen wél onder het beslag van de dwangsom bij niet tijdig beslissen te brengen, maar daarvoor een mildere dwangsomregeling dan die van de Awb te laten gelden. (zie noot 23) Gelijktijdig met deze wijziging werd besloten tot een verlenging van de beslistermijn van artikel 19, eerste lid, van de Awir. De termijn van dertien weken werd verlengd tot negen maanden, waarbij overigens bleef gelden dat bij eerdere ommekomst van de "oude" termijn van acht weken na de vaststelling van de laatste van belang zijnde aanslag niet de termijn van negen maanden na indiening van de laatste van belang zijnde aangifte, maar die "oude" termijn bepalend was. Voorts werd de termijn van artikel 19, tweede lid, van de Awir aldus aangepast, dat "vóór 1 december van het jaar volgend op het berekeningsjaar" werd gewijzigd in "uiterlijk 31 december van het jaar volgend op het berekeningsjaar".

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ba1380742082f667a98a34a72dd8f873153d05d3516d87d991f30b0200479b72. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ba1380742082f667a98a34a72dd8f873153d05d3516d87d991f30b0200479b72, en de alinea staat in dat document op bytes 54044 tot 56971.