Citaat | Raad van State 8 juni 2016

Alinea 40 Raad van State 8 juni 2016

Een alinea uit Raad van State 8 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1610.

In hoger beroep is het geschil tussen partijen beperkt tot het bedrag van € 296,20. [appellant] dient aan te tonen dat hij de kosten van kinderopvang tot dit bedrag heeft betaald. Volgens [appellant] heeft hij op 27 en 28 augustus 2009 respectievelijk € 20,00 en € 270,00 gepind. Op de zitting heeft [appellant] toegelicht dat hij met deze bedragen en een bedrag van € 6,00 dat hij nog in zijn portemonnee had, de gastouder contant heeft betaald. Als bewijs hiervoor heeft hij het eerder genoemde bankafschrift en het ook eerder genoemde ongedateerde stuk overgelegd. In dit laatste, alleen door de gastouder ondertekende stuk, staat dat de echtgenote van [appellant] op 29 augustus 2009 een contant bedrag van € 296,00 voor kinderopvang aan de gastouder heeft betaald. Dit stuk bevat dus een verklaring van de gastouder dat zij voor kinderopvang is betaald. Onder verwijzing naar de uitspraken van 18 juli 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX1842, en 14 mei 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1706, overweegt de Afdeling dat een verklaring van de gastouder dat zij voor kinderopvang is betaald, dient te worden gestaafd met aanvullende bewijsstukken, zoals bankafschriften waaruit de overschrijving blijkt of, bij contante betaling, bewijzen van geldopnames in combinatie met kwitanties.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be56f9407ee0dcd13461e69595c6d47897b2e95d529946003273c6696308da46. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be56f9407ee0dcd13461e69595c6d47897b2e95d529946003273c6696308da46, en de alinea staat in dat document op bytes 11284 tot 12572.