Citaat | Raad van State 8 juni 2016

Alinea 23 Raad van State 8 juni 2016

Een alinea uit Raad van State 8 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1623.

3. De rechtbank heeft, in het kader van de toetsing van de beoordeling of een objectieve belemmering bestaat het gezinsleven in Irak uit te oefenen, overwogen dat onzeker is of en zo ja wanneer het besluit- en vertrekmoratorium voor Irak zal worden opgeheven en dat onduidelijk is of er daarna in Kirkuk nog een infrastructuur bestaat waarbinnen de vreemdeling en zijn gezinsleden zich in redelijkheid kunnen handhaven. In de grieven klaagt de staatssecretaris dat de rechtbank daarmee de algemene veiligheidssituatie in Kirkuk op onjuiste wijze in haar overwegingen heeft betrokken en derhalve ten onrechte tot het oordeel is gekomen dat de belangenafweging in het voordeel van de vreemdeling dient uit te vallen. De staatssecretaris betoogt dat hij zowel de positie van de vreemdeling en zijn partner als de situatie in Kirkuk op juiste wijze in de besluitvorming heeft betrokken. Voor zover de vreemdeling wegens de algemene veiligheidssituatie niet naar Irak wenst terug te keren, kan hij een opvolgende asielaanvraag doen, aldus de staatssecretaris. Ten slotte betoogt de staatssecretaris dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet in een derde land een mvv kan aanvragen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4db6a6ed9a6962af741a757940583a8b68b0be453e3d15f6005742805a9ef199. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4db6a6ed9a6962af741a757940583a8b68b0be453e3d15f6005742805a9ef199, en de alinea staat in dat document op bytes 7807 tot 9055.