Citaat | Raad van State 8 juni 2016
Alinea 35 Raad van State 8 juni 2016
Een alinea uit Raad van State 8 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1623.
6. De vreemdeling heeft in beroep betoogd dat de staatssecretaris de belangenafweging in het kader van artikel 8 van het EVRM niet in zijn nadeel heeft kunnen doen uitvallen. In dat verband heeft hij aangevoerd dat de staatssecretaris ten onrechte niet in zijn voordeel heeft gewogen dat hij gedurende een aantal jaar rechtmatig verblijf heeft gehad, gedurende die periode een baan had en zijn inburgeringsexamen heeft gehaald. Verder heeft de vreemdeling betoogd dat de belangen van zijn kinderen, die in Nederland zijn geboren en geworteld, nauwelijks zijn meegewogen. Voorts heeft de vreemdeling betoogd dat de staatssecretaris in zijn nadeel heeft gewogen dat zijn partner niet over voldoende middelen van bestaan beschikt maar daarbij heeft nagelaten in overweging te nemen dat hij destijds wel een baan had, maar deze is kwijtgeraakt door de intrekking van de hem verleende verblijfsvergunning.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4db6a6ed9a6962af741a757940583a8b68b0be453e3d15f6005742805a9ef199. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4db6a6ed9a6962af741a757940583a8b68b0be453e3d15f6005742805a9ef199, en de alinea staat in dat document op bytes 15636 tot 16549.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4db6a6ed9a6962af741a757940583a8b68b0be453e3d15f6005742805a9ef199 | shasum -a 256