Citaat | Raad van State 27 januari 2016
Alinea 976 Raad van State 27 januari 2016
Een alinea uit Raad van State 27 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:163.
112. RCV betoogt dat in 1992 tussen het college van gedeputeerde staten en RCV is overeengekomen dat medewerking verleend zou worden aan de realisatie en exploitatie door RCV van een golfbaan in het zuiden van de Oostvlietpolder. Ook heeft het college toegezegd dat daarvoor gronden zouden worden verworven. RCV betoogt dat zij gelet daarop er op mocht vertrouwen dat de RijnlandRoute niet vlak langs en door Vlietland zou worden voorzien. RCV verwijst ter onderbouwing van deze toezeggingen naar brieven van het college aan de Statencommissie Groen van 26 maart 1992, van het college aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leiden van 29 juni 1992 en van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leiden aan het college van 9 september 1992 waaruit telkens blijkt dat plannen bestaan voor een golfbaan die door RCV zou worden geëxploiteerd en waarvoor gronden nodig zijn buiten Vlietland. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leiden heeft te kennen gegeven daartegen in beginsel geen bezwaar te hebben en dat als de gronden verworven zijn een planologische procedure gevolgd kan worden. Voorts verwijst RCV naar haar brief aan het college van 6 januari 1999 waarin zij verzoekt de toezeggingen inzake de golfbaan na te komen, en een brief van het hoofd Bureau Recreatie en Randstadgroenstructuur van de provincie Zuid-Holland aan het hoofd Bureau Vastgoed van de provincie Zuid-Holland van 15 april 2000, waarin aan het Bureau Vastgoed wordt verzocht stappen te ondernemen om in overleg met de gemeente Leiden gronden aan te kopen voor de golfbaan vanwege toezeggingen van de provincie richting RCV daarover. Ook wijst RCV op een verklaring van de directeur van Rijnland B.V. van 22 maart 1996 waarin Rijnland B.V. zich verplicht tot aankoop van gronden in de Oostvlietpolder ten behoeve van een negen holes golfbaan en deze gronden over te dragen aan de provincie Zuid-Holland. Verder wijst RCV op een brief van het hoofd Bureau Vastgoed van de provincie Zuid-Holland aan Rijnland B.V. van 8 december 2000, waarin gewezen wordt op de hiervoor genoemde verplichting van Rijnland B.V. tot aankoop van de gronden voor de golfbaan. In die brief staat ook dat binnen afzienbare tijd de eerste stappen gezet kunnen worden voor de realisatie van nieuwe recreatieve exploitaties waaronder de golfbaan. RCV betoogt dat het college haar toezeggingen ten aanzien van het verwerven van de gronden niet is nagekomen. Door het PIP en het tracébesluit A4 wordt de realisatie van de golfbaan nu onmogelijk gemaakt, aldus RCV.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/de4038df26250ed7cd75f7e0d7d459fb7b5e8aac9417acc6b4bf592e79cbce18. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt de4038df26250ed7cd75f7e0d7d459fb7b5e8aac9417acc6b4bf592e79cbce18, en de alinea staat in dat document op bytes 347092 tot 349680.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/de4038df26250ed7cd75f7e0d7d459fb7b5e8aac9417acc6b4bf592e79cbce18 | shasum -a 256