Citaat | Raad van State 27 januari 2016
Alinea 60 Raad van State 27 januari 2016
Een alinea uit Raad van State 27 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:174.
8. [appellant] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat zich bijzondere omstandigheden voordoen die het college hadden moeten doen afzien van handhavend optreden. Hij voert daartoe aan dat de uitleg die het college aan artikel 5, eerste lid, van de planvoorschriften geeft, niet strookt met eerder gevoerd beleid, waarin het college geen koppeling eiste tussen de bedrijvigheid aan huis en de bewoners van de woning. Volgens [appellant] blijkt dit uit in het verleden verstrekte vergunningen voor bedrijfsmatige activiteiten die geen relatie hadden met bewoning van de percelen, onder de gelding van hetzelfde bestemmingsplan. [appellant] onderbouwt dit betoog met in het geding gebrachte verklaringen van J. Eger en R. Heij, respectievelijk voormalig voorzitter van de deelgemeente Overschie en voormalig medewerker van de DCMR Milieudienst Rijnmond, en van H.W. Sutterland-Holzhauer, voormalig lid van het deelgemeentebestuur.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b6411c3023ab6e48e181736b3c9368311b91c3147e383b8db67d46a4a15cac62. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b6411c3023ab6e48e181736b3c9368311b91c3147e383b8db67d46a4a15cac62, en de alinea staat in dat document op bytes 22620 tot 23563.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b6411c3023ab6e48e181736b3c9368311b91c3147e383b8db67d46a4a15cac62 | shasum -a 256