Citaat | Raad van State 22 juni 2016

Onder 4.1. Raad van State 22 juni 2016

Een alinea uit Raad van State 22 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1759.

Ter zitting bij de Afdeling heeft de staatssecretaris toegelicht dat hij sinds de implementatie van de Procedurerichtlijn een vaste volgorde aanhoudt bij de beoordeling van opvolgende asielaanvragen. Hij beoordeelt steeds eerst of er nieuwe elementen of bevindingen zijn. Als die er volgens de staatssecretaris niet zijn, verklaart hij de opvolgende asielaanvraag in beginsel niet-ontvankelijk. Hij verklaart de opvolgende asielaanvraag echter ondanks het ontbreken van nieuwe elementen en bevindingen niet niet-ontvankelijk, als zich volgens de staatssecretaris feiten of omstandigheden voordoen als bedoeld in paragraaf 45 van het arrest Bahaddar (zie ook: artikel 31, zevende lid, van de Vreemdelingenwet 2000, hierna: de Vw 2000). De staatssecretaris kan er ook in andere gevallen voor kiezen af te zien van niet-ontvankelijkverklaring van de opvolgende asielaanvraag, hoewel er geen nieuwe elementen of bevindingen zijn. De staatssecretaris beziet per zaak of hij in een dergelijk geval wegens onevenredige gevolgen voor een vreemdeling van niet-ontvankelijkverklaring afziet. Als hij dat doet, kan hij die asielaanvraag nog wel met toepassing van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder g, van de Vw 2000 afwijzen als kennelijk ongegrond, aldus de staatssecretaris.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7d727a70643195501856290c3258bf43f5f0f425a1afc47470a3ffbd904a6c2d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7d727a70643195501856290c3258bf43f5f0f425a1afc47470a3ffbd904a6c2d, en de alinea staat in dat document op bytes 11858 tot 13143.