Citaat | Raad van State 13 januari 2016

Alinea 33 Raad van State 13 januari 2016

Een alinea uit Raad van State 13 januari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:18.

5.1. Ten tijde van het besluit van 19 februari 2014 stond in het JDS een justitieel gegeven over [appellant] geregistreerd. Om een indruk te krijgen van de ernst van het strafbare feit waarvan [appellant] werd verdacht, heeft de staatssecretaris ten behoeve van de beoordeling van de aanvraag nadere informatie opgevraagd bij het OM. Uit die informatie bleek onder meer dat het OM had besloten tot dagvaarden over te gaan. Volgens het verslag van de hoorzitting van de bezwaarcommissie heeft de gemachtigde van [appellant] daar te kennen gegeven dat de strafzaak op 27 mei 2014 zou worden behandeld. Ten tijde van het besluit op bezwaar van 1 mei 2014 stond in het JDS nog hetzelfde gegeven geregistreerd als ten tijde van het besluit van 19 februari 2014. De rechtbank heeft terecht overwogen dat de staatssecretaris van dat gegeven mocht uitgaan. Niet gebleken is van feiten of omstandigheden die voor de staatssecretaris aanleiding hadden moeten zijn zich in de bezwaarfase opnieuw tot het OM te richten. Het sepot van 4 juni 2014 dateert van na het besluit op bezwaar en de staatssecretaris was van een mogelijk voornemen hiertoe niet op de hoogte.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ceb43497d612b91eb82d9687530343d47392350f4bb7b869fe78389c514b3986. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ceb43497d612b91eb82d9687530343d47392350f4bb7b869fe78389c514b3986, en de alinea staat in dat document op bytes 10667 tot 11832.