Citaat | Raad van State 29 juni 2016
Alinea 49 Raad van State 29 juni 2016
Een alinea uit Raad van State 29 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1803.
4.2. De rechtbank heeft terecht deze beroepsgrond verworpen. Voormeld advies van de Afdeling advisering had geen betrekking op het vigerende wetsartikel maar op een andersluidende, eerder voorgestelde versie van artikel 18b, derde lid, van de Wmm. Ingevolge de eerste volzin van artikel 18, derde lid, moet de minister het redelijk vermoeden dat een persoon ten behoeve van een ander of ten behoeve van diens onderneming, bedrijf of inrichting arbeid verricht of heeft verricht, baseren op feiten en omstandigheden die dat oordeel kunnen dragen. Hierbij is van belang dat de laatste volzin van artikel 18b, derde lid, expliciet het voorbehoud van tegenbewijs behelst. Aldus is geen sprake van strijd met artikel 6, tweede lid, van het EVRM.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d50ed9fab5deb0a38f890b1d8f61d922bb46754d95019888d81f6005e7271cd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d50ed9fab5deb0a38f890b1d8f61d922bb46754d95019888d81f6005e7271cd, en de alinea staat in dat document op bytes 16354 tot 17107.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2d50ed9fab5deb0a38f890b1d8f61d922bb46754d95019888d81f6005e7271cd | shasum -a 256