Citaat | Raad van State 29 juni 2016

Alinea 53 Raad van State 29 juni 2016

Een alinea uit Raad van State 29 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1803.

De maatschap betoogt dat de rechtbank de boetebedragen ten aanzien van werknemers [werknemer C], [werknemer D] en [werknemer A], ten onrechte niet heeft gematigd, dan wel niet verder heeft gematigd. Hiertoe voert zij aan dat de rechtbank ten onrechte rekening heeft gehouden met de verklaringen van werknemer [werknemer E], omdat zij in haar verklaringen een veel langere arbeidsduur van [werknemer C] en [werknemer D] heeft vermeld dan zij zelf hebben gedaan. Het boeterapport kan in zoverre niet als bewijs voor de arbeidsduur dienen. Voorts heeft [werknemer C] verklaard sinds juni 2013 te hebben gewerkt, zodat zijn arbeidsduur minder dan zes maanden is. De rechtbank heeft voorts miskend dat toepassing van de Beleidsregel Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag 2013 (hierna: de Beleidsregel Wmm 2013) voor [werknemer A] een boetebedrag van € 7.000,00 oplevert, aldus de maatschap.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d50ed9fab5deb0a38f890b1d8f61d922bb46754d95019888d81f6005e7271cd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d50ed9fab5deb0a38f890b1d8f61d922bb46754d95019888d81f6005e7271cd, en de alinea staat in dat document op bytes 18075 tot 18979.