Citaat | Raad van State 29 juni 2016

Alinea 56 Raad van State 29 juni 2016

Een alinea uit Raad van State 29 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1803.

De minister heeft ter zitting van de Afdeling het standpunt ingenomen dat het ten aanzien van [werknemer F]. en [werknemer G] op te leggen boetebedrag in het besluit van 14 november 2013 ten onrechte is gematigd. Volgens de minister heeft de maatschap niet een kortere arbeidsduur aangetoond. Een werkgever moet een kortere arbeidsduur immers met bescheiden, zoals een arbeidsovereenkomst, aantonen. Verklaringen zijn daarbij niet belangrijk. Het beeld dat uit verklaringen naar voren komt, kan een rol spelen bij de beoordeling of de werkgever een kortere arbeidsduur heeft aangetoond. Overeenstemming van de verklaringen van de werkgever en de werknemer ten aanzien van wie een overtreding is geconstateerd, kan echter geen enkele rol spelen, omdat die overeenstemming het gevolg van gemaakte afspraken kan zijn, aldus de minister.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d50ed9fab5deb0a38f890b1d8f61d922bb46754d95019888d81f6005e7271cd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d50ed9fab5deb0a38f890b1d8f61d922bb46754d95019888d81f6005e7271cd, en de alinea staat in dat document op bytes 20875 tot 21721.