Citaat | Raad van State 27 juli 2016

Alinea 35 Raad van State 27 juli 2016

Een alinea uit Raad van State 27 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1840.

De Afdeling is van oordeel dat niet aannemelijk is dat [appellant sub 1] de vele Wob-verzoeken doet met het oog op het doen van onderzoek. Daartoe neemt zij in aanmerking dat [appellant sub 1]s [gemachtigde], ter zitting bij de Afdeling heeft verklaard dat het onderzoek nog altijd in de vergaringsfase verkeert hoewel [appellant sub 1] van 90% van de gemeenten inmiddels een reactie heeft ontvangen op zijn verzoek. [appellant sub 1] wil een zo representatief mogelijk onderzoek doen en is daarom nog niet bezig met de verwerking van de tot dusver ontvangen stukken, aldus [gemachtigde] ter zitting. Ter zitting bij de Afdeling is een verslag van een hoorzitting van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu van 14 januari 2016 en een daarna door de minister genomen besluit op bezwaar van 18 februari 2016, waar hetzelfde Wob-verzoek voorlag, aan de orde gekomen. Het verslag van de hoorzitting en het besluit op bezwaar heeft het college overgelegd. Uit het verslag van de hoorzitting bij het ministerie blijkt dat [appellant sub 1] geen onderzoeksplan heeft opgesteld en dat hij voornemens is eerst in 2017 of 2018 te beginnen met het schrijven van een boek over het onderzoek. Ter zitting bij de Afdeling heeft [gemachtigde] verklaard dat wel een onderzoeksplan, een onderzoeksmethode en een vraagstelling zijn opgesteld. Daargelaten of inmiddels een onderzoeksplan is opgesteld, blijkt uit het voorgaande dat [appellant sub 1] vanaf het indienen van de Wob-verzoeken in september 2014 tot in ieder geval 14 januari 2016 niet over een onderzoeksplan beschikte en derhalve betwijfelt de Afdeling zeer of het gaat om een reëel onderzoek. Daar komt bij dat [appellant sub 1], die door het ministerie op 14 januari 2016 ook telefonisch is gehoord, geen antwoord kon geven op de vragen waar het onderzoek over gaat en wat het doel van het onderzoek is. [gemachtigde] heeft ter zitting bij de Afdeling verklaard dat [appellant sub 1] in vergadering was tijdens het telefonisch horen en werd overvallen door de vragen. De Afdeling acht dit geen plausibele verklaring waarom [appellant sub 1], die stelt zelf het onderzoek te verrichten, het antwoord op voormelde vragen schuldig moest blijven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/caf85aec99d268f04ef1e558e23967bbd6471a1575cf3a34c2eb8537931beef5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt caf85aec99d268f04ef1e558e23967bbd6471a1575cf3a34c2eb8537931beef5, en de alinea staat in dat document op bytes 13553 tot 15765.