Citaat | Raad van State 3 februari 2016

Alinea 25 Raad van State 3 februari 2016

Een alinea uit Raad van State 3 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:185.

Volgens het in beroep bestreden besluit volgt uit het politieonderzoek dat in de woning en twee bijbehorende schuren een middel als bedoeld in lijst I van de Opiumwet werd verkocht, afgeleverd, verstrekt dan wel daartoe aanwezig was en verondersteld mocht worden dat er een harddrugslaboratorium aanwezig was. Sluiting voor zes maanden is niet onevenredig gelet op de aard en ernst van hetgeen aan de last ten grondslag is gelegd, namelijk de handel in harddrugs, de grote hoeveelheid cocaïne en de aanwezigheid van een harddrugslaboratorium, en het doel dat met de sluiting is beoogd, te weten de beëindiging van de overtreding en voorkoming van herhaling van deze ernstige overtreding. De belangen van bestrijding van harddrugshandel en handhaving van de openbare orde wegen zwaarder dan de belangen van [appellant]. In het bijzonder is de last niet in strijd met artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM), aldus het besluit.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a82fb9e4ccb72fecc6577743cf70aa226d5b2d2d907e7e99cf3a36bf9f208f77. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a82fb9e4ccb72fecc6577743cf70aa226d5b2d2d907e7e99cf3a36bf9f208f77, en de alinea staat in dat document op bytes 7880 tot 8893.