Citaat | Raad van State 3 februari 2016

Alinea 39 Raad van State 3 februari 2016

Een alinea uit Raad van State 3 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:185.

De rechtbank heeft verder terecht overwogen dat de burgemeester zich met juistheid op het standpunt heeft gesteld dat de sluiting van de woning geen inbreuk op artikel 8 van het EVRM oplevert. [appellant] heeft niet bestreden dat hij niet als bewoner van de woning stond ingeschreven in destijds de gemeentelijke basisadministratie, thans de basisregistratie personen, en hij een postadres in Nieuwleusen gebruikt. Behoudens tegenbewijs mocht de burgemeester er daarom van uitgaan dat [appellant] niet in de woning woonde. Dat het gelet op voornoemde feiten en omstandigheden aan [appellant] is om aannemelijk te maken dat hij wel in de woning woonde, levert geen strijd op met artikel 6 of artikel 1 van het Protocol bij het EVRM. Artikel 6 ziet namelijk niet op de vraag op wie de bewijslast rust om aannemelijk te maken of [appellant] al dan niet in de woning woont, maar op het recht op een eerlijk proces. Dat in bepaalde omstandigheden de bewijslast op [appellant] rust, is niet in strijd met die bepaling. Ook is de last zelf niet in strijd met die bepaling. [appellant] heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij in de woning woonde, zodat de rechtbank terecht heeft overwogen dat er geen inbreuk is op het daarin of in artikel 8 van het EVRM vervatte recht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a82fb9e4ccb72fecc6577743cf70aa226d5b2d2d907e7e99cf3a36bf9f208f77. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a82fb9e4ccb72fecc6577743cf70aa226d5b2d2d907e7e99cf3a36bf9f208f77, en de alinea staat in dat document op bytes 17965 tot 19240.