Citaat | Raad van State 3 februari 2016

Alinea 31 Raad van State 3 februari 2016

Een alinea uit Raad van State 3 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:193.

3. De minister betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat uit het boeterapport en de daarbij behorende stukken niet kan worden afgeleid dat aan het element beloning is voldaan, zodat de vreemdelingen niet als werknemers in de zin van artikel 45 van het VWEU kunnen worden aangemerkt, en voorts dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat hij niet bevoegd was een boete op te leggen wegens overtreding van de artikelen 2, eerste lid, en 15, tweede lid, van de Wav. Volgens de minister volgt uit de bij het boeterapport gevoegde verklaringen van de wettelijke vertegenwoordiger van [bedrijf] en de vreemdelingen dat aan het element beloning is voldaan. Op de dag van de controle voerden de vreemdelingen proefwerkzaamheden uit. Er waren weliswaar nog geen afspraken omtrent de vergoeding van die werkzaamheden gemaakt, maar uit voormelde verklaringen volgt dat [bedrijf] de vreemdelingen een vergoeding wilde geven. Uit de verklaringen volgt in ieder geval niet dat was afgesproken dat de vreemdelingen geen vergoeding voor de werkzaamheden zouden krijgen, aldus de minister. Ter staving van zijn standpunt verwijst de minister naar de uitspraak van de Afdeling van 29 april 2015 in zaak nr. 201406210/1/V6. Volgens hem is die zaak vergelijkbaar met deze, en heeft de Afdeling in die zaak wel aangenomen dat aan het element beloning is voldaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c5ffb67b9dc96cfcab9be74defc089e520ad3f7b4fac40fdcac41dc2b4646250. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c5ffb67b9dc96cfcab9be74defc089e520ad3f7b4fac40fdcac41dc2b4646250, en de alinea staat in dat document op bytes 10925 tot 12301.