Citaat | Raad van State 3 februari 2016

Alinea 34 Raad van State 3 februari 2016

Een alinea uit Raad van State 3 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:193.

3.2. Bij beantwoording van de vraag of zich in een concreet geval een overtreding heeft voorgedaan, geldt, gelet op de waarborgen die voortvloeien uit artikel 6, tweede lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, als uitgangspunt dat op het bestuursorgaan de bewijslast rust van een overtreding. In geval van twijfel dient aan de betrokkene het voordeel van de twijfel te worden gegund (vergelijk overweging 4.8.3 van het arrest van de Hoge Raad van 15 april 2011 in zaak nr. 09/03075, ECLI:NL:HR:2011:BN6324).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c5ffb67b9dc96cfcab9be74defc089e520ad3f7b4fac40fdcac41dc2b4646250. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c5ffb67b9dc96cfcab9be74defc089e520ad3f7b4fac40fdcac41dc2b4646250, en de alinea staat in dat document op bytes 13223 tot 13796.