Citaat | Raad van State 13 juli 2016
Alinea 48 Raad van State 13 juli 2016
Een alinea uit Raad van State 13 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1957.
Zoals de Afdeling eerder onder meer in voormelde uitspraak van 19 november 2014 heeft overwogen, moet, gelet op de ruime kennis en ervaring van [gemachtigde] op het gebied van het bestuursrecht in het algemeen en de Wob en de Wahv in het bijzonder, ervan worden uitgegaan dat [gemachtigde] ermee bekend was dat voor informatieverzoeken met voormeld doel de Wob niet de geëigende grondslag is en voorts dat een op de Wob gebaseerd informatieverzoek, anders dan een op artikel 7:18, vierde lid, van de Awb of voormelde Wahv-bepalingen gebaseerd informatieverzoek, ertoe kan leiden dat het aangezochte bestuursorgaan in geval van niet-tijdige besluitvorming aan de aanvrager een dwangsom of proceskostenvergoeding moet betalen. Dit wijst erop dat het een bewuste keuze is geweest het informatieverzoek op de Wob te baseren. Verder geeft het procesgedrag van [wederpartij] in deze zaak blijk van handelingen waarvan zij, althans haar gemachtigde, geweten moet hebben dat die een tijdige besluitvorming onnodig konden bemoeilijken. Zo heeft [wederpartij], hoewel de minister haar gemachtigde herhaaldelijk heeft verzocht diens voor de CVOM bestemde Wob-gerelateerde correspondentie aan het postadres of faxnummer van de sectie Wob van de CVOM te richten, het Wob-verzoek, de ingebrekestelling en het bezwaarschrift niet naar het juiste postadres of faxnummer verstuurd. Ook is het Wob-verzoek aldus geformuleerd dat het voor de minister niet mogelijk was daarop volledig en adequaat te kunnen beslissen. Onduidelijk is wat wordt bedoeld met bijvoorbeeld 'onder het verzoek wordt in ieder geval en niet beperkt tot voornoemde aangelegenheid begrepen', met ‘documenten die zien op scholing en bekwaamheid’ en met ‘andere documenten waarvan u bekend is dat deze betrekking hebben op de genoemde bestuurlijke aangelegenheid’. In dit kader is tevens van belang dat uit het Wob-verzoek - anders dan hetgeen [wederpartij] in bezwaar en beroep heeft aangevoerd en anders dan de rechtbank heeft overwogen - niet volgt dat [wederpartij] om anonimisering van het haar betreffende zaakoverzicht heeft verzocht. Gelet hierop doet de formulering van het Wob-verzoek afbreuk aan het doel waartoe het beweerdelijk is ingediend en heeft [wederpartij] het op het Wob-verzoek te nemen besluit onnodig extra vatbaar gemaakt voor discussie in bezwaar- en beroepsprocedures. Het bij brief van 14 mei 2014 ingediende Wob-verzoek is eveneens een handeling waarvan [wederpartij], althans haar gemachtigde, geweten moet hebben dat die, onder meer ten gevolge van mogelijke verwarring, een tijdige besluitvorming onnodig kon bemoeilijken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/95bfaf143707962ac700d4060ef2c09209a1c44a3c5526c674633a0b8cf50fe3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 95bfaf143707962ac700d4060ef2c09209a1c44a3c5526c674633a0b8cf50fe3, en de alinea staat in dat document op bytes 16262 tot 18890.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/95bfaf143707962ac700d4060ef2c09209a1c44a3c5526c674633a0b8cf50fe3 | shasum -a 256