Citaat | Raad van State 20 juli 2016

Alinea 31 Raad van State 20 juli 2016

Een alinea uit Raad van State 20 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2016.

3.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer de uitspraak van 26 augustus 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2687), heeft de rechtbank voor het oordeel dat het besluit van het CBR met artikel 6 van het EVRM in strijd is, terecht geen aanleiding gezien. Het opleggen van een EMA is een bestuurlijke maatregel die erop gericht is deelname aan een educatieve maatregel af te dwingen, ter bevordering van de verkeersveiligheid. Zoals de Afdeling eveneens eerder heeft overwogen (uitspraak van 28 juli 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BN2662), is ook de verplichting tot betaling van de kosten van deze maatregel niet aan te merken als punitief van aard, omdat deze worden voldaan voor deelname aan de EMA-cursus en geen boete betreffen. Het opleggen van een EMA is dan ook geen maatregel gebaseerd op een "criminal charge" in de zin van artikel 6 van het EVRM, zodat de uit dat artikel volgende waarborgen, waaronder het door [appellante] bedoelde ne bis in idem-beginsel, niet in rechte kunnen worden ingeroepen. Hetgeen [appellante] daartegen naar voren heeft gebracht leidt niet tot een ander oordeel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9c4a113cc9f41564c4bb3ef34eb63e50cc8366d23f63612b098837432b174378. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9c4a113cc9f41564c4bb3ef34eb63e50cc8366d23f63612b098837432b174378, en de alinea staat in dat document op bytes 9825 tot 10929.