Citaat | Raad van State 20 juli 2016
Alinea 33 Raad van State 20 juli 2016
Een alinea uit Raad van State 20 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2016.
4. [appellante] betoogt voorts dat de rechtbank een onjuiste maatstaf heeft gehanteerd in de bewijslastverdeling, door te oordelen dat het CBR mocht uitgaan van het proces-verbaal van 11 november 2013 en [appellante] het vermoeden als bedoeld in artikel 130, eerste lid, van de WVW 1994, onvoldoende heeft weerlegd. Volgens [appellante] heeft de onschuldpresumptie ook te gelden bij het besluit tot oplegging van een EMA en ligt de bewijslast bij het bestuursorgaan. Zij heeft bovendien, naar zij stelt, anders dan de rechtbank heeft overwogen, wel met tegenbewijs aangetoond dat niet juist is hetgeen in het proces-verbaal is opgenomen, dat zij onder invloed van alcohol een motorrijtuig heeft bestuurd op 10 november 2013.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9c4a113cc9f41564c4bb3ef34eb63e50cc8366d23f63612b098837432b174378. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9c4a113cc9f41564c4bb3ef34eb63e50cc8366d23f63612b098837432b174378, en de alinea staat in dat document op bytes 10999 tot 11736.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9c4a113cc9f41564c4bb3ef34eb63e50cc8366d23f63612b098837432b174378 | shasum -a 256