Citaat | Raad van State 20 juli 2016

Alinea 40 Raad van State 20 juli 2016

Een alinea uit Raad van State 20 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2016.

4.3. De Afdeling volgt [appellante] in haar betoog dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het verslag van de feiten zoals opgenomen in het hiervoor besproken proces-verbaal, niet de conclusie rechtvaardigt dat [appellante] degene was die in de nacht van 9 op 10 november 2013 onder invloed van alcohol de eerdergenoemde auto heeft bestuurd. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat uit het ambulanceritformulier blijkt dat het ambulancepersoneel [appellante] ongeveer 1,5 uur voordat de auto nog warm en met schade werd aangetroffen, in haar eigen woning heeft achtergelaten, waar zij was aangetroffen na overmatige alcoholconsumptie en in een staat van verminderd bewustzijn. De Afdeling acht het onwaarschijnlijk dat [appellante] in het tijdsbestek van ongeveer 1,5 uur tussen het ambulancebezoek en het moment dat de auto werd aangetroffen, een feestje op de Aalberselaan heeft bezocht en weer is teruggereden naar haar woning. Verder is van belang dat ten tijde van het ambulancebezoek [kennis] ook in de woning van [appellante] aanwezig was. Hij was vertrokken toen de politie met de vader van [appellante] arriveerde, zodat naar het oordeel van de Afdeling niet is uitgesloten dat [kennis] in de betreffende nacht met de auto van [appellante] heeft gereden toen deze schade opliep.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9c4a113cc9f41564c4bb3ef34eb63e50cc8366d23f63612b098837432b174378. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9c4a113cc9f41564c4bb3ef34eb63e50cc8366d23f63612b098837432b174378, en de alinea staat in dat document op bytes 16398 tot 17700.