Citaat | Raad van State 20 juli 2016

Onder 3.41 Raad van State 20 juli 2016

Een alinea uit Raad van State 20 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2040.

Als een vreemdeling afkomstig is uit een veilig land van herkomst, bestaat een algemeen, maar door de vreemdeling weerlegbaar, rechtsvermoeden dat voor hem daar bij terugkeer geen vervolging dreigt of risico op ernstige schade bestaat. (zie noot 79) In dat geval kan een aanvraag van die vreemdeling krachtens artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000 worden afgewezen als kennelijk ongegrond. Toepassing van deze afwijzingsmodaliteit op aanvragen van vreemdelingen uit een veilig land van herkomst heeft diverse procedurele gevolgen. In de eerste plaats heeft een eventueel beroep tegen het individuele besluit geen schorsende werking (artikel 82, tweede lid, aanhef en onder c, van de Vw 2000). In de tweede plaats kan hem de verplichting worden opgelegd Nederland onmiddellijk te verlaten (artikel 62, tweede lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000). In de derde plaats kan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (hierna: de IND) in de grensprocedure op de aanvraag beslissen (artikel 3.109b, eerste lid, van het Vb 2000). In de vierde plaats kunnen sinds 1 maart 2016 op grond van artikel 3.109ca van het Vb 2000 de asielaanvragen in een eenvoudigere procedure worden afgedaan. Deze procedure voorziet in één gehoor, waarbij geen rust- en voorbereidingstijd geldt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef13ad84cf21c3e431834c2a43dec95e99cbe82b98762cb91b4ab65b0a89bf42. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef13ad84cf21c3e431834c2a43dec95e99cbe82b98762cb91b4ab65b0a89bf42, en de alinea staat in dat document op bytes 77271 tot 78604.