Citaat | Raad van State 20 juli 2016
Onder 3.42 Raad van State 20 juli 2016
Een alinea uit Raad van State 20 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2040.
Als een vreemdeling onderbouwt dat het land van herkomst in zijn specifieke geval niet als veilig kan worden beschouwd, kan de presumptie van veiligheid niet worden gehandhaafd (artikel 3.106b, eerste lid, van het Vb 2000). In dat geval wordt op de gebruikelijke wijze beoordeeld of de vreemdeling in aanmerking komt voor internationale bescherming. (zie noot 80) Deze bepaling komt overeen met artikel 36 van de Procedurerichtlijn, met dien verstande dat de woorden 'geen substantiële redenen heeft opgegeven' zijn gewijzigd in 'niet heeft onderbouwd'. Indien de vreemdeling niet aanvoert dat het land van herkomst in zijn specifieke geval niet als veilig kan worden beschouwd, dan wel er niet in slaagt dat te onderbouwen, geldt voormelde presumptie onverkort en kan de asielaanvraag reeds op die grond als kennelijk ongegrond worden afgewezen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef13ad84cf21c3e431834c2a43dec95e99cbe82b98762cb91b4ab65b0a89bf42. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef13ad84cf21c3e431834c2a43dec95e99cbe82b98762cb91b4ab65b0a89bf42, en de alinea staat in dat document op bytes 78668 tot 79563.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ef13ad84cf21c3e431834c2a43dec95e99cbe82b98762cb91b4ab65b0a89bf42 | shasum -a 256