Citaat | Raad van State 20 juli 2016

Onder 4.10 Raad van State 20 juli 2016

Een alinea uit Raad van State 20 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2040.

De vraag die vervolgens moet worden beantwoord, is of het voorgaande al heeft te gelden in het geval van vervolging van elke groep, hoe klein dan ook, zoals Lord Toulson namens de meerderheid van het Supreme Court van opvatting lijkt te zijn. (zie noot 115) Of moeten aan de groep op dit punt toch enige eisen worden gesteld, zoals Lord Hughes voorstaat? Voorop gesteld kan worden dat ik de omvang van de vervolgde groep niet primair bepalend acht om een land niet als 'algemeen gezien' veilig aan te merken. Wat eerst en vooral van belang is, is of de vervolging betrekking heeft op een vooraf duidelijk identificeerbare groep, die gedefinieerd kan worden door een onderscheidend kenmerk dat de reden van die vervolging vormt. Daaronder vallen LHBTI, maar mogelijk ook vrouwen, Roma of religieuze minderheden, mits deze groepen in een bepaald land worden geconfronteerd met meer dan incidentele gevallen van vervolging. Ook in dat geval kan het land niet als 'algemeen gezien' veilig worden beschouwd. Frankrijk heeft dit voor vrouwen zelfs wettelijk vastgelegd. Volgens artikel L722-1 van de Code de l'entrée et du séjour des étrangers et du droit d'asile moet de afwezigheid van vervolging of ernstige schade gelden 'd'une manière générale et uniformément pour les hommes comme pour les femmes' , wil een land kunnen worden aangemerkt als veilig land.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef13ad84cf21c3e431834c2a43dec95e99cbe82b98762cb91b4ab65b0a89bf42. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef13ad84cf21c3e431834c2a43dec95e99cbe82b98762cb91b4ab65b0a89bf42, en de alinea staat in dat document op bytes 107603 tot 109151.